Uitwisselingsweek

Een klein gebaar, een warm welkom.

Vorige week was het zover: we verwelkomden een tweetalige Duitse student in ons gezin. Onze zoon was eerder al bij hem geweest tijdens een uitwisselingsweek in Duitsland, dus nu was het onze beurt.

Eerlijk? Ik zag er een beetje tegenop. Ik moest denken aan vroeger, aan een middag spelen bij een klasgenootje waar thuis Fries werd gesproken. Ik verstond er niets van en voelde me op dat moment enorm alleen en anders. Dat wilde ik deze week koste wat kost voorkomen. Dus deden we allemaal ons best om alles te vertalen en te verduidelijken.

Op ons toilet hangt een krijtbord. Daar schreef ik op de eerste dag ‘welkom’ op en ondersteunde dat uiteraard met een tekening. Hij stuurde het meteen trots naar zijn moeder en schreef een reactie. Aan het eind van de week schreef hij in het Nederlands hoe leuk hij het had gehad. Gaaf toch!

Die week hebben we veel gelachen en gecommuniceerd in drie talen, zo nu en dan ondersteund met tekeningen: Nederlands met zijn harde ‘ggggg’, Engels als brugtaal en Duits als kapstok. Want als we een Engels woord niet wisten? Dan probeerden we het gewoon in het Nederlands. Verrassend vaak leek dat genoeg op het Duits om elkaar tóch te begrijpen.

Wat me vooral is bijgebleven: echte verbinding zit niet in perfect de juiste woorden vinden, maar in de bereidheid om elkaar te begrijpen. Juist wanneer taal tekortschiet, word je creatiever, attenter en meer afgestemd op de ander. Je zoekt naar overeenkomsten, vult elkaar aan en ontdekt dat communicatie zoveel meer is dan alleen woorden.

Een kleine reminder dat een warm welkom, nieuwsgierigheid, een grote dosis humor, op z’n tijd een beetje zelfspot in combinatie met hier en daar wat lef vaak belangrijker zijn dan perfect taalgebruik.