Huiswerk

De deur slaat dicht… Tranen rollen over haar wangen. 42 woorden mam! 42! Ze zit in groep 7. Ze kreeg Latijnse woordjes mee naar huis. 42 maar liefst. ‘Jullie zitten in de plusgroep, dit is goed voor jullie, want dan leer je te leren. Jullie hebben drie weken de tijd. Succes!’ Geen uitleg. Geen leerstrategie. Het resultaat? Paniek. Stress. Onvoldoendes.
Volgende keer beter…

Leren we de kinderen op deze manier leren?

Ik ben met haar gaan zitten. Met als gevolg een 10. Niet omdat ze zo slim is, maar omdat ze slim heeft geleerd, ómdat zij tools in handen kreeg om te kúnnen leren.
Ik deel ze graag met je:

  1. Ze leerde niet alle woorden in één keer, maar ze verdeelde de woorden in groepjes van 6 á 7 woorden per keer.
  2. We maakten ezelsbruggetjes, niet alleen de ezels, maar ook de bruggetjes.
    Wanneer je alleen de ezel maakt doe je bijvoorbeeld het volgende bij het woord vicus (Latijnse woord voor de steeg). Het woord doet me denken aan virus.
    Dat is dan je ezel. Maar nu moet je nog een brug maken naar het Nederlandse woord ‘steeg’.
    Dat doe je als volgt:
    Steeg = vicus
    Teken een steeg met ratten.
    Ratten verspreiden virussen. Schrijf erbij ‘virus’.
    Zet een streep door de R en zet er een C onder (virus wordt vicus).

    Wat gebeurt hier?
    Je denkt na.
    Je verbindt.
    Je verleent betekenis aan een woord en maakt gebruik van de taal die je al kent (het Nederlands in dit geval) om een andere taal te leren.
  3. Door het ezelsbruggetje te bedenken en deze visueel te maken (vaak ontstaan er hele grappige tekeningen), sla je niet alleen het woord op, maar het hele beeld en het verhaal eromheen.

Dit lijkt meer tijd te kosten, maar het levert rust, overzicht en vertrouwen op. Het blijft hangen.

Dát is het verschil tussen je korte- en langetermijngeheugen aanboren tijdens het leren. En laten we eerlijk zijn: het korte termijngeheugen van kinderen zit tegenwoordig snel overvol. Maak dus gebruik van het langetermijngeheugen; dat is zoveel groter!

Ik geloof niet dat de hoeveelheid huiswerk het verschil maakt voor kinderen in een plusgroep, omdat ze dan beter leren leren. Sterker nog: juist deze leerlingen lopen vast wanneer het ineens niet meer vanzelf gaat. Ze hebben zelden strategieën hoeven ontwikkelen.

Mijn pleidooi voor het onderwijs:
– Leren leren vraagt uitleg en het aanbieden van leerstrategieën
– Leren leren gaat niet zonder het leren plannen en samen oefenen
– Leren leren gaat om het proces, niet om het resultaat

Wat is het doel wanneer je huiswerk opgeeft?
Want… als we kinderen echt willen leren leren, is het dan niet wijs om daarna te checken of dit doel ook daadwerkelijk behaald is?

Leren leren is geen bijproduct van veel huiswerk. Het is expliciete instructie.